Monitoring en evaluatie
Evaluatie
Het Kabinet zal jaarlijks over de voortgang van de uitvoering van dit beleidsprogramma aan de Tweede Kamer rapporteren. Daarin zal ook een financiële paragraaf worden opgenomen,waarin is samengevat hoe de beschikbare middelen zijn besteed. Tevens zal in deze rapportage worden aangeduid hoeveel is besteed aan reguliere biodiversiteit-activiteiten. Deze financiële paragraaf komt niet in de plaats van de betreffende hoofdstukken in de begrotingen van de betrokken departementen, maar vat deze samen en relateert ze onderling. Op deze wijze wil het Kabinet ook in financiële zin rapporteren over hoe het de samenhang van het biodiversiteitbeleid heeft geborgd. Ook zal het Kabinet in de voortgangsrapportage aangeven welke concrete activiteiten in het erop aansluitende jaar zijn voorzien.
Daarnaast zal het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) in de Balansen rapporteren over de geleverde beleidsprestaties, mede in relatie tot de feitelijke kwaliteit van de biodiversiteit binnen Nederland. Ook in de verkenningen,waaronder de Duurzaamheidsverkenning, zal het MNP rapporteren over de prestaties in internationale context. Hiermee wordt het beleidsprogramma in een bredere context geplaatst.
Monitoring
In de MNP-rapportages zal het raamwerk voor biodiversiteits-indicatoren worden gehanteerd dat in het kader van het Biodiversiteitsverdrag (CBD) is ontwikkeld. Tevens wordt, met het oog op de Europese 2010-doelstelling, aangesloten bij de pan-Europese indicator-systematiek SEBI 2010, die momenteel wordt ontwikkeld. Cruciaal bij het gebruik van de indicatoren is de samenhang tussen indicatoren voor behoud, duurzaam gebruik (integratie in economische sectoren), maatschappelijk draagvlak en drukfactoren, zoals een ontoereikende milieukwaliteit.
Daarnaast wordt vanaf 2007 in de begroting van het ministerie van LNV jaarlijks gerapporteerd over de toestand van de Nederlandse biodiversiteit aan de hand van een indicator die mede is ontwikkeld in het kader van Agenda Vitaal Platteland (AVP). De indicator is gebaseerd op de biodiversiteitsdoelstelling voor de langere termijn, zoals vastgelegd in de nota Natuur voor mensen, mensen voor natuur: In 2020 zijn voor alle in 1982 in Nederland van nature voorkomende soorten en populaties de condities voor instandhouding duurzaam aanwezig. Het ministerie van VROM zal bovendien de ontwikkeling en toepassing van een bodembiologische indicator bevorderen. Hieraan wordt door het RIVM gewerkt. Mede ten behoeve van de monitoring en het voeden van de biodiversiteits-indicatoren, zal het Kabinet de essentiële rol van Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO's) blijven faciliteren.
These items will be permanently deleted and may not be recovered. Are you sure?
Film Introductie Beleidsprogramma Biodiversiteit