Deze site maakt gebruik van cookies om te functioneren zoals verwacht. Door verder te gaan, gaat u akkoord met onze cookie policy.
Accepteren en sluiten

Folder Biodiversiteitsbeleid 1994-2007

Nederland heeft in 1994 het Biodiversiteitsverdrag geratificeerd en dat via diverse beleidsprogramma's en wetgeving uitgewerkt. Het nationale beleid is onder meer verwoord in opeenvolgende natuurbeleidsnota's, nationale milieubeleidsplannen en in het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Concrete voorbeelden zijn: ‘Strategisch plan van aanpak biologische diversiteit' (1995), ‘Natuur voor mensen, mensen voor natuur' (Nota natuur, bos en landschap in de 21e eeuw; 2000)', ‘Bronnen van ons bestaan' (2002), het ‘Internationaal Beleidsprogramma Biodiversiteit 2002-2006' (BBI, 2002), het ‘Meerjarenprogramma Ontsnippering' (2004), de ‘Beleidsbrief Agrobiodiversiteit' (2004), de beleidsnota 'Invasieve exoten' (2007) en de beleidsstrategie 'Leefgebiedenbenadering' (2007).

De inzet binnen Nederland richt zich enerzijds op het realiseren van voldoende bescherming van de biodiversiteit, gericht op het behoud van soorten, populaties en habitats. Daarbij hoort een ambitieuze implementatie van nationale en Europese afspraken (bijvoorbeeld de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn) en een voortvarende aanpak van milieucondities en waterkwaliteit, die momenteel op veel plekken in Nederland nog onvoldoende is om behoud van biodiversiteit te garanderen. Anderzijds wordt ingezet op het bijdragen aan een transitie naar duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, behoud van biodiversiteit en het integreren van biodiversiteit in economische sectoren. Duurzaam gebruik van biodiversiteit in landbouw, bosbouw, visserij en door andere sectoren in Nederland is niet alleen een bijdrage aan behoud, het biedt ook talrijke economische kansen. Ook wordt, bijvoorbeeld via het landschapsbeleid, ingezet op gebiedsgerichte maatregelen en verevening van kosten en baten van herstel van biodiversiteit.

Parallel aan het BBI richtte het transitieprogramma ‘Behoud van biodiversiteit en duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen' (transitie) uit het vierde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP 4) zich vanaf 2001 op het ondersteunen en faciliteren van de onderliggende maatschappelijke veranderingsprocessen. De transitie, onder regie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, richtte zich samen met het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en andere departementen op de lange termijn en heeft geïdentificeerd kansrijke ontwikkelingsrichtingen voor effectief biodiversiteitsbeleid. Deze transitie kon daarmee agenderend en voedend werken voor het BBI en de daarin opgenomen uitvoeringsprojecten. De evaluatie van de transitie in 2006 concludeerde dat aanpak en focus goed waren maar dat het programma te klein was opgezet voor zijn ambities. Om die reden wordt een nieuw werkprogramma voor de transitie inhoudelijk en organisatorisch geïntegreerd in de uitvoering van voorliggend beleidsprogramma en de aanpak van de taskforce ‘Biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen'.

Tot slot is de Toekomstagenda Milieu relevant. De ambitie hiervan is om bij te dragen aan behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen uitgewerkt in een aantal concrete acties. Daarbij staat het betrekken van overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties centraal.