Deze site maakt gebruik van cookies om te functioneren zoals verwacht. Door verder te gaan, gaat u akkoord met onze cookie policy.
Accepteren en sluiten

Folder Duurzame landbouw en bescherming van biodiversiteit

Biodiversiteit is van groot belang voor de landbouw. Het agrarisch cultuurlandschap in Nederland wordt steeds kleiner, omdat er steeds meer gebouwd wordt. Daardoor verdwijnen karakteristieke gebieden, planten en dieren.  De overheid streeft ernaar dat in 2020 de biodiversiteit in landbouwgebieden in Nederland niet verder achteruit loopt, maar zelfs verbetert. Internationaal draagt Nederland bij aan een duurzaam evenwicht tussen landbouw en natuur via opzetten van voorbeeldprojecten voor geïntegreerde landgebruikplanning en voor herstel van ecosystemen.

Voordelen van biodiversiteit bij landbouw

De landbouwsector is gebaat bij biodiversiteit omdat:

  • De genetische variatie van plant- en diersoorten belangrijk is voor veredeling in de landbouw.
  • boeren en tuinders natuurlijke organismen kunnen inzetten om bijvoorbeeld schimmels en onkruid in hun gewassen te bestrijden;
  • een gezond bodemleven (wormen, bacteriën, schimmels) zorgt voor een natuurlijke bodemvruchtbaarheid, waadoor minder kunstmest hoeft te worden gebruikt.

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de Europese Unie

Het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (2015-2020) wordt vergroend. Daarbij krijgt biodiversiteit meer aandacht door duurzame landbouwproductie te stimuleren en agrarisch natuurbeheer beter te faciliteren. Dat gebeurt door de biodiversiteit in de bodem maximaal te handhaven, binnen het teeltplan ruimte voor biodiversiteit te scheppen, door in de natte en droge omgeving van de landbouw de biodiversiteit te stimuleren, en door ecosysteemdiensten bewust te benutten, in stand te houden, en waar mogelijk de biodiversiteit zelfs te laten versterken. Dat is ook voor de landbouw zelf van grote betekenis bijvoorbeeld voor de bestuiving van gewassen. 

Agrarisch natuurbeheer

In Nederland liggen veel landbouwgebieden en natuurterreinen die waardevol zijn voor natuur en landschap. De provincies willen de natuurwaarden in deze gebieden behouden en verder ontwikkelen. Boeren die hun landbouwgrond natuurvriendelijk beheren, kunnen hiervoor een vergoeding krijgen. Dit gaat via de Subsidie Natuur en Landschap (SNL) onderdeel Agrarisch Natuurbeheer.

De overheid moedigt agrarisch natuurbeheer aan. Dat wil zeggen dat boeren rekening houden met de planten en dieren op zijn land en deze actief beschermt. Ook de EU stimuleert agrarisch natuurbeheer onder de zgn. Pijler II (Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP) van het nieuwe Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB).

De bestaande subsidieregeling voor Agrarisch Natuurbeheer wordt vanaf 2015 vereenvoudigd en zal zich richten op collectieve (in plaats van individuele) aanvragen vanuit die gebieden waar de hoogste bijdrage aan verbetering van de biodiversiteit is te verwachten. Hierdoor sluit het stelsel beter aan op internationale beleidsdoelen.

Functionele agrobiodiversiteit

Veel wilde planten en dieren vervullen nuttige functies  voor de landbouw. Ze bestrijden bijvoorbeeld schadelijke organismen in gewassen. Het GLB stimuleert deze ‘functionele agrobiodiversiteit’, zodat agrarische productie het ecosysteem beter benut en daardoor minder afhankelijk wordt van bijvoorbeeld kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen en beregening. Ook stimuleert het kabinet vrijwillige aanleg van akkerranden door boeren en tuinders die specifiek zijn ingericht voor functionele agrobiodiversiteit. De duurzame gewasbescherming zal ook internationaal worden uitgedragen.

Wilde dieren in landbouwgebieden

Wilde planten en dieren die in landbouwgebieden leven, maken het landschap aantrekkelijker. Maar als boeren hun akkers verlaten - zoals veel in Oost-Europa gebeurt – kunnen deze wilde dieren en planten verdwijnen. Dat kan ook gebeuren als agrariërs in hun bedrijfsvoering geen rekening houden met biodiversiteit. Daarom worden boeren gestimuleerd duurzaam om te gaan met natuur en wordt het agrarisch landschap beschermd. Als wilde dieren in Nederland schade veroorzaken aan landbouwgewassen, kunnen de beheerders een beroep doen op het Faunafonds.

PAS

Bedrijven die in de buurt van een kwetsbaar (Natura 2000-)natuurgebied liggen, mogen volgens de Wet ammoniak en veehouderij minder ammoniak uitstoten. De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is opgezet om de stikstofneerslag in natuurgebieden omlaag te brengen, de vergunningverlening vlotter te laten verlopen, en ruimte re scheppen voor economsiche ontwikkeling.

Gewasbeschermingsmiddelen belasten de natuur minder

Gewasbeschermingsmiddelen hebben bij onjuist gebruik negatieve invloed op de biodiversiteit. De overheid streeft ernaar de risico’s en effecten van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de biodiversiteit zo veel mogelijk te voorkomen. Daarom wil ze niet-chemische methoden stimuleren en het gebruik van basisstoffen en lage-risicomiddelen bevorderen. De agrarische sector draagt bij door het maken van actieplannen voor het bevorderen van geïntegreerde gewasbescherming. Ook bevordert de sector technische maatregelen om verwaaien van stoffen te verminderen. Ondernemers worden verplicht om spuitapparatuur met 75% driftreducerende technieken te gebruiken op het gehele perceel. Dit draagt bij aan het voorkomen dat niet-doelwitorganismen worden blootgesteld aan gewasbeschermingsmiddelen.

Bijen

Er is de laatste jaren veel aandacht voor de risico’s van gewasbeschermingsmiddelen voor bijen. De Europese handleiding voor de beoordeling van die risico’s wordt geactualiseerd. Nederland draagt daar actief aan bij. Het kabinet neemt in het kader van een geharmoniseerd EU-besluit per september 2013 maatregelen door middelentoelatingen in te trekken en aan te passen om bijen te beschermen. Daarnaast heeft de overheid in samenwerking met de belanghebbenden in december 2013 een Actieprogramma Bijengezondheid ontwikkeld dat vervolgens gezamenlijk met alle partijen tot uitvoering wordt gebracht. De sector zal voorlichting geven over de risico’s van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, in het bijzonder voor bijen.

Herstel van gedegradeerde ecosystemen

Veel gebieden in de wereld hebben door overexploitatie hun oorspronkelijke biodiversiteit verloren en zijn niet meer geschikt voor landbouw of veeteelt. Herstel van deze ‘gedegradeerde ecosystemen’ is een expliciet doel in de EU-biodiversiteitsstrategie. Op basis van internationaal onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) weten we waar de gedegradeerde gebieden liggen. In samenwerking met het bedrijfsleven en fondsbeheerders wordt gezocht naar mogelijkheden om die gebieden weer zoveel mogelijk te herstellen. Door het herstel van de natuurlijke waarden kunnen deze gebieden hun ecosysteemdiensten in de toekomst weer leveren en ook voor de voedselproductie worden gebruikt. De Nederlandse overheid voert hiervoor samen met het bedrijfsleven en natuurorganisaties een aantal internationale voorbeeldprojecten uit in Zuid-Afrika en Spanje en (op termijn) in Nederland.

Woestijnvorming door droogte tegengaan

De wereldwijde klimaatveranderingen zorgen voor langdurige droogte. Zo dreigt er woestijnvorming in gebieden die vroeger vruchtbaar waren. De VN hebben in een verdrag afspraken gemaakt om woestijnvorming tegen te gaan. Met het verdrag wil de VN de effecten van droogte (vooral in Afrika) bestrijden. Er zijn ook maatregelen om woestijnvorming te voorkomen in landen ten noorden van de Middellandse zee.

Biodiversiteit en voedselproductie in balans

Groei van wereldbevolking en welvaart zorgt voor een toenemende vraag naar landbouwgrond en water om voedsel te verbouwen en legt daarmee een grote druk op de biodiversiteit. De uitdaging is om voldoende voedsel te produceren met behoud van de biodiversiteit, bijvoorbeeld door landbouwgrond intensiever te gebruiken in plaats van nieuwe landbouwgronden te ontginnen ten koste van de natuur. Binnen de voedselproductiegebieden is een zekere verweving met biodiversiteit weer relevant voor het instandhouden van de functionele agrobiodiversiteit, noodzakelijk voor succesvolle voedselproductie. Twee pilot-projecten voor geïntegreerde landgebruiksplanning en waterbeheer worden vanaf 2013 opgezet in Maputoland en Kenia. Praktijkvoorbeelden van de relatie voedselzekerheid-biodiversiteit in de landscape-approach worden besproken in een workshop in Kenia, juni 2014. Daarop volgt een grote conferentie in Oost-Afrika in november 2014, waarop de mogelijkheden van synergie tussen voedselproductie en biodiversiteit breed worden belicht. Deze activiteiten vormen een toepassingsgerichte uitwerking van de biodiversiteitscomponent van Climate Smart Agriculture (de alliantie voor klimaatbestendige voedselzekerheid die Nederland samen met de Wereldbank en FAO ontwikkelt.)

URL Actieprogramma Bijengezondheid (2013)
URL Nationale invulling vergroening GLB vanuit het perspectief van biodiversiteit. Rapport WUR/Alterra, oktober 2013
URL Gezonde Groei, Duurzame Oogst. Tweede nota duurzame gewasbescherming periode 2013 tot 2023 (mei 2013)
PDF Agrarisch Natuurbeheer, Brief Tweede Kamer juni 2013 Download
URL Rethinking Global Biodiversity Strategies. PBL, 2010.
URL Functionele Agrobiodiversiteit, beleidsevaluatie 2009