Duurzame visserij
Voor duurzame visserij is op de begroting van LNV in 2009 in totaal 9,7 miljoen euro beschikbaar. In de periode 2010 t/m 2012 is dit 10,7 miljoen euro per jaar. In 2013 bedraagt het 10,3 miljoen euro. Het betreft middelen uit het "Operationeel Plan" onder het Europees Visserijfonds (EVF), waarover de Kamer eerder per brief is geïnformeerd (Tweede Kamer 2007-2008, 29675, nr. 29).
Het kabinet wil bereiken dat de negatieve effecten van visserij op het bodemecosysteem sterk verminderen. De doelstelling is dat 40% van de huidige traditionele boomkorvissers in 2013 een andere visserijmethode gebruikt (zoals twinrig, squidjig, flyshoot of kleiner vistuig). Dit betreft een tussendoel op weg naar het lange termijndoel om bestanden op een duurzame manier te beheren met een minimale impact op het ecosysteem. De volgende activiteit wordt ondernomen.
- LNV stelt stimuleringsmiddelen uit het EVF beschikbaar voor de ontwikkeling en het gebruik van alternatieve vormen van vistuig die leiden tot minder bodemberoering, meer selectiviteit en minder discards (bijvangsten van commercieel niet-interessante vis). Daarnaast leiden internationale afspraken tot meer selectieve visserij en vermindering van ongewenste bijvangsten. Zo leiden de Europese meerjarige beheerplannen voor platvis tot een vermindering van de visserij- inspanning (en dus bodemberoering) van ongeveer 10% per jaar.
Het kabinet wil voorts bereiken dat de discards aanzienlijk verminderen: een reductie van 50% in 2015 ten opzichte van de bekende hoeveelheden uit 2006. Hiervoor zijn eveneens stimuleringsmiddelen uit het EVF beschikbaar. De Europese Commissie zal binnenkort voorstellen doen ter vermindering van discards. In het kader van de herziening van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) moet een totaalverbod op discards niet worden uitgesloten. Momenteel worden ook al discard-beperkende maatregelen uitgevoerd tussen de EU en Noorwegen zijn overeengekomen, zoals een verbod op highrading (het overboord gooien van vis met een lagere economische marktwaarde).
Een andere doelstelling van het kabinet is vergroening van het GVB, waarbij de ecosysteembenadering daadwerkelijk wordt geïmplementeerd. Om deze doelstelling te realiseren, worden onderstaande activiteiten ondernomen.
- LNV richt zich op actieve beïnvloeding van EU-besluitvorming gericht op: de implementatie (uiterlijk in 2015) van Maximum Sustainable Yield als uitgangspunt voor meerjarige beheer- en herstelplannen voor visbestanden; de reductie van visserij-effecten op mariene habitats (zie hierna onder "Gebiedsbescherming op zee").
- LNV zet in op de voortvarende uitvoering van het zojuist gepubliceerde "EU-Haaienactieplan". Dit streeft naar betere informatie, het verduurzamen van gerichte visserij en het zoveel mogelijk beperken van bijvangsten.
- Het kabinet zet zich voorts in voor een actieve beïnvloeding van de herziening van het GVB om duurzaam beheer te realiseren. Hiervoor is een interdepartementaal proces onder regie van LNV gestart. Het kabinet zal medio 2009 een visie gereed hebben op de herziening van het GVB. Belangrijke uitgangspunten voor deze visie zijn: een levensvatbare, maatschappelijk geaccepteerde, duurzame visserijsector en een effectief GVB dat goed uitvoerbaar is. In relatie tot de doelen van het Beleidsprogramma Biodiversiteit zijn de volgende punten belangrijk: samenhang met milieu- en natuurbeleid (met name andere communautaire EU beleidsterreinen van Vogel- en Habitatrichtlijnen, VHR en Kaderrichtlijn Mariene Strategie, KRM); vermindering van discards en van visserij-effecten op het marine ecosysteem (dat wil zeggen effecten op niet-doelsoorten en habitats); alternatieven voor het huidige beheer dat is gebaseerd op TAC (Total Allowable Catches).
Ook geeft het kabinet aandacht aan de negatieve effecten van menselijke activiteiten op zeezoogdieren, met name bruinvissen. Daartoe worden onderstaande activiteiten ondernomen.
- LNV zet in op het opstellen en in ASCOBANS (verdrag voor de bescherming van kleine walvisachtigen in de Noord-en Oostzee) overeenkomen van een actieplan ter bescherming van de bruinvissen in de Noordzee. Het doel hiervan is om de bijvangst van bruinvissen aanzienlijk terug te dringen.
- Er wordt een interdepartementaal onderzoeksprogramma opgesteld over de effecten van onderwatergeluid op onder meer walvisachtigen (Ministeries V&W, Defensie, LNV, EZ, VROM).
Het kabinet wil de transparantie van de visserijketen c.q. de traceerbaarheid van de handel in visproducten vergroten. Daartoe worden onderstaande activiteiten ondernomen.
-
LNV werkt samen met maatscheppelijke partners aan het realiseren van doelen op het terrein van communicatie en certificering. Zo zijn in het kader van het Maatschappelijk Convenant Noordzeevisserij met de Nederlandse kottersector en natuurorganisaties afspraken gemaakt over bevordering van het aanbod van duurzame vis door te streven naar MSC-certificering (MSC: Marine Stewardship Council) (Tweede Kamer 207-2008, 29675, nr. 42)
-
LNV zet erop in om uiterlijk in 2011 informatie uit bestaande "IUU-verordening" (EU-verordening tegen illegale, ongereguleerde en ongerapporteerde visserij) onderdeel te maken van de informatievoorziening richting de consument.
Gebiedsbescherming op zee
Voor de gebiedsbescherming op de Noordzee zet het kabinet in op het aanwijzen en beschermen van gebienden in het Nederlandse Continentale Plat van de Noordzee met een bijzonder belang voor de biodiversiteit. Voor deze doelstelling is in de periode tot en met 2011 in totaal 2,4 miljoen euro beschikbaar op de begroting van LNV. Voor het opstellen van beheerplannen voor Noordzeegebieden heeft VenW circa 3,7 miljoen euro begroot voor de periode 2009-2017 (zie ook de prioriteit "Ecologische netwerken" (hoofdstuk 4)). Onderstaande activiteiten worden ondernomen om de doelstelling te realiseren.
-
Het van toepassing verklaren van de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en Faunawet op de Nederlandse Economisch Exclusieve Zone (EEZ). Behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer zal in de loop van 2009 plaatsvinden. Het streven is erop gericht dat de herziene Natuurbeschermingswet 1998 en de herziene Flora- en faunawet met ingang van 1 januari 2010 in werking treden.
-
LNV wijst in 2010 -na een inspraakprocedure- de Habitatrichtlijngebieden Klaverbank, Doggersbank, Vlakte van de Raan en de (uitbreiding van) de Noordzeekustzone aan, tezamen met de Vogelrichtlijngebieden uit het Friese Front en de Noordzeekustzone tussen Bergen en Petten.
-
LNV realiseert een voorstel voor een gedragen pakket van visserijmaatregelen in de Natura 2000-gebieden met betrokkenheid van alle nationale stakeholders (met name via het "Maatschappelijk Convenant Noordzeevisserij"), wetenschap en internationale partners, teneinde de instandhoudingsdoelstellingen in Natura 2000-gebieden te realiseren. De voorstellen moeten in de loop van 2011 gereed zijn, waarna besluitvorming in het kader van het GVB volgt.
-
VenW stelt beheerplannen voor de Natura 2000-gebieden op de Noordzee op, welke uiterlijk in 2013 gereed zullen zijn.
-
Het nemen van een besluit (uiterlijk in 2012) of en welke aanvullende gebieden op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn en/of de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) in aanmerking komen voor specifieke bescherming. In 2009 zal een start worden gemaakt met het daartoe noodzakelijke wetenschappelijke onderzoek.
Kwaliteitsdoelstellingen
De uitwerking en het operationeel maken van een set van ecologische kwaliteitsdoelstelling (EcoQOs) zal worden opgepakt in het kader van de implementatie van de KRM op nationaal en internationaal/regionaal (Noordzee)niveau. Dit moet uiterlijk in 2012 leiden tot een definitie van een "Goede Milieutoestand". VenW heeft hiervoor in 2009 1 miljoen euro beschikbaar.
These items will be permanently deleted and may not be recovered. Are you sure?