Deze site maakt gebruik van cookies om te functioneren zoals verwacht. Door verder te gaan, gaat u akkoord met onze cookie policy.
Accepteren en sluiten

Folder Groenstructuurbeleid

 Insecten
Een zeer groot deel van de biodiversiteit op aarde bestaat uit insecten, zowel nuttige als schadelijke. Een belangrijk deel van deze insecten is herbivoor wat wil zeggen dat de larven van deze insecten plantaardig voedsel eten. Veel van die herbivore insecten zijn gebonden aan het voorkomen van specifieke planten, bomen en struiken. Het maakt veel uit voor het behoud van onze biodiversiteit of we bomen en struiken aanplanten als eik, wilg, berk, den, els, lijsterbes, meidoorn en sleedoorn waarop veel insecten hun levenscyclus kunnen voltooien of dat we steriele boomsoorten als plataan, kastanje en robinia aanplanten. Als vuistregel kan gelden dat inheemse boomsoorten een veel grotere functie vervullen als drager voor onze inheemse biodiversiteit dan de zogenaamde exoten. Het behoud van onze inheemse insectenfauna is voor een groot deel afhankelijk van het voorkomen van de bij ons inheemse bomen, struiken en planten.

De groenstructuur is de verdeling van het groen over de stadsdelen en de ruimtelijke samenhang daartussen. Veel gemeenten beschikken over een vorm van groenstructuurbeleid vanuit de overweging dat groen functioneel is voor de stadsbewoners. Andere belangrijke aspecten van dat beleid zijn de gebruiksfuncties en de bereikbaarheid voor stadsbewoners van het groen. 'Groen' heeft vanzelfsprekend alles te maken met biodiversiteit maar dat wordt in deze vorm van ruimtelijk beleid meestal niet verder uitgediept dan het onderscheiden van een aantal gebruiksfuncties en zoneringen (speelgroen, kijkgroen). Maar het ene groen is het andere niet.

Wat kan het groenstructuurbeleid bijdragen aan de biodiversiteit?

Gebruik inheemse soorten
Voor de biodiversiteit maakt het een hemelsbreed verschil of de groene ruimte langs wegen, kanalen en in plantsoenen ingevuld wordt met uitheemse of inheemse boomsoorten en struiken. Op de uitheemse soorten kan biodiversiteit zich niet of nauwelijks vestigen terwijl bij de streek passende boomsoorten die een rijke levende natuur kunnen dragen en ondersteunen. Dat maakt natuurlijk ook verschil voor de functies die biodiversiteit in de stad kan vervullen.

Leg ruimtelijke groenstructuren aan
Een aantal gemeenten beziet de stedelijke groenstructuur ook vanuit een ecologische optiek. Het groenstructuurbeleid wordt er dan mede op gericht voor de stedelijke natuur overlevings- en verplaatsingsmogelijkheden te bieden. Dit is dus een vorm van ruimtelijk stadsnatuurbeleid. De motivatie daarvoor is vaak de bescherming van de intrinsieke waarde van de natuur en tegenwoordig ook het bieden van overlevingsmogelijkheden aan juridisch beschermde soorten. Hierbij past ook het aanwijzen van stadsnatuurgebiedjes om populaties van bedreigde soorten die elders in de gemeente in de knel komen door planontwikkeling een overlevingskans te bieden. Hiervan bestaan voorbeelden bij tal van gemeenten.

Het groenstructuurbeleid kan veel meer dan gebeurt worden ingezet om de biodiversiteit in de gemeente te behouden en duurzaam gebruiken. Dat kan door het vanuit een biodiversiteitsoptiek vaststellen van de meest waardevolle en kansrijke locaties voor ruimtelijke groenstructuren en geschikte verbindingen daartussen en ook door een ecologische onderbouwing van de keuze en inrichting van het groen. Biodiversiteit is bij het groenstructuurbeleid dus te gebruiken als een maatstaf voor de kwaliteit van het groen en het groenbeleid en biedt een kans om het gemeentelijk groenbeleid te versterken en de belevings- en natuurwaarde van het groen te verhogen. Een dergelijk groenstructuurbeleid is van groot belang voor het gehele gemeentelijke biodiversiteitsbeleid omdat de gemeentelijke groenstructuur het brongebied vormt van waaruit de biodiversiteit de stad in kan trekken. Een ecologisch groenstructuurbeleid is dus de basis voor gemeentelijk biodiversiteitsbeleid.

Verbinding stad-buitengebied
De biodiversiteit in de natuur- en landbouwgebieden in het gemeentelijke buitengebied staat via de stadsranden in verband met de biodiversiteit in de stad. De natuurgebieden, dijken, wegbermen, overhoekjes en akkerranden in het buitengebied vormen de brongebieden en verbindingszones van waaruit de biodiversiteit de stad kan bereiken. Binnen de bebouwde kom vormt de gemeentelijke groenstructuur het brongebied van waaruit de biodiversiteit zich verder in de stad kan verspreiden naar de gebieden waar woon- en werkfuncties voorop staan 

 Natuur in stadsrand onder druk
Op de rand van de stad zijn er volop mogelijkheden om het groen in de stad te verbinden met natuur en landschap in de directe omgeving. In de stadsrand kan de stedelijke bewoner het platteland en de natuur ontmoeten. Maar de stadsranden staan steeds meer onder druk van uitbreiding en verrommeling. Gemeenten hebben weinig oog voor de stadsrand, ze staan met de rug naar de stadsrand toe. De stadsrand staat laag op de agenda van ambtenaren en bestuurders. Lokale vrijwilligersgroepen, die de natuur in de stadsrand vaak beheren, opereren letterlijk in de marge en zijn te weinig gefaciliteerd om plannen en ideeën te realiseren. Landschapsbeheer Nederland zet zich in om deze lokale groepen te ondersteunen en om samen met gemeenten meer natuur in de stadsrand te realiseren. Vijf provinciale organisaties ( Noord-Holland, Flevoland, Utrecht, Drenthe en Groningen) zijn nu gestart met een voorlichtingstraject. Momenteel is bijvoorbeeld in Noord-Holland een estafette van start gegaan. Allereerst inventariseren zij bij zowel gemeenten als bij allerlei locale groepen zoals wijkverenigingen wat de wensen en mogelijkheden zijn. Vervolgens kijken zij in hoeverre deze wensen en mogelijkheden omgezet kunnen worden in concrete projecten. De manier waarop de vijf organisaties dit traject uitvoeren is verschillend.
Meer info: