Deze site maakt gebruik van cookies om te functioneren zoals verwacht. Door verder te gaan, gaat u akkoord met onze cookie policy.
Accepteren en sluiten

Folder Ruimtelijk beleid

Biodiversiteit - zoals gedefinieerd in het Biodiversiteitsverdrag - is een ontwikkelingsgericht concept dat goed aansluit op nieuwe ontwikkelingen in de planologie (RO-lagenbenadering en integralegebiedsontwikkeling) en de nieuwe rolverdeling in de ruimtelijke ordening. Het biedt veel potentie voor combinatie en integratie van planologische functies en voor ruimtelijke kwaliteitsbevordering.

Lagenbenadering
De lagenbenadering is een algemeen bruikbaar praktisch analyse- en communicatie-instrument om de omgevingskwaliteit te optimaliseren. De ruimtelijke opgave wordt daarbij in een breder verband geplaatst, namelijk zowel horizontaal - in een ruimer gebiedsperspectief - als verticaal - als een driedimensionale opgave. Daarbij worden drie lagen onderscheiden:
  • de ondergrond (abiotisch, biotisch, water)
  • de netwerklaag (verkeer, groen, energie)
  • occupatielaag (verstedelijkingspatronen

Op de website RuimtexMilieu treft u een praktische handreiking aan met ondermeer de aanpak van het planproces en concrete maatregelen op het gebied van stadsnatuur, ecologische structuren en watergerelateerde natuur. De lagenbenadering is daarmee ook een geschikt praktisch instrument om met biodiversiteit aan de slag te gaan in ruimtelijke opgaven. Meer info: http://www.ruimtexmilieu.nl

Hoe kan ik biodiversiteit in het ruimtelijk beleid gebruiken?

Ga uit van de lagenbenadering
Door aan te sluiten op reeds bestaande natuur- en landschappelijke waarden wordt zowel de aantrekkelijkheid als de ecologische kwaliteit verhoogd. Hiervoor dienen de aanwezige waarden eerst geïnventariseerd te worden. Door gebruik te maken van de lagenbenadering kunnen de aanwezige landschappelijke waarden zo goed mogelijk benut worden.

Wat betekent biodiversiteit voor het ruimtelijk beleid?
Bij de ruimtelijke planvormers moet het besef doorbreken dat het bevorderen van biodiversiteit niet hetzelfde is als het beschermen van gebieden met de functie natuur en dat kansen gemist worden als biodiversiteit alleen wordt beschouwd binnen de natuurfunctie. De andere functies moeten ook bijdragen aan én kunnen baat hebben bij biodiversiteit. Biodiversiteit is zowel een randvoorwaarde bij de planologische ontwikkeling van andere functies als een concept waarmee ruimtelijke kwaliteit en functiecombinatie gerealiseerd kunnen worden. Biodiversiteit moet een rol spelen bij de locatiekeuze en inrichting van landbouwgebieden, bedrijventerreinen, infrastructuur en woongebieden vanuit een streven naar op regionaal niveau samenhangende biodiversiteitsstructuren. Een goed voorbeeld daarvan is het streekplanbeleid van de provincie Gelderland (http://www.gelderland.nl). Omgekeerd kan bij de inrichting van gebieden voor andere primaire functies dan natuur gebruik gemaakt worden van de rol die biodiversiteit kan spelen bij de versterking van die functie en de ruimtelijke kwaliteit. Een provincie kan zich bijvoorbeeld ook profileren met een ruimtelijke kwaliteit als 'groen' door extra inspanningen op het gebied van biodiversiteit van burgers en bedrijven te vragen en op planologisch gebied biodiversiteit te ondersteunen.